Onlangs was ik op zoek naar mondvoorraad voor tijdens een lange autorit naar het Zuiden. Zo belandde ik in Kortenberg bij “René en Jo”, een slagerszaak die ook broodjes ‘doet’.
Er was nog één koppel voor me en de wachttijd die dat meebracht, werd een… laten we het “ervaring” noemen.
Het ging om een ouder Franstalig paar dat duidelijk pas recent gekozen had voor een levensherfst in een rustige residentiële wijk in een Vlaamse gemeente niet te ver van Brussel. Typisch, bijna klassiek, ware het niet dat Monsieur de taal van Conscience redelijk tot goed beheerste en er zelfs mee uitpakte door zijn bestelling in het Nederlands te plaatsen.
Respect.
Helaas zag de beenhouwer dat net even anders. “Klant is koning”, dacht de middenstander in hem en dus plooide hij zich in een pijnlijke kramp om zijn beste Frans boven te halen. Meer dan wat krakkemikkig gewauwel kwam er niet uit, maar dat volstond om Madame – die enkel het Molières machtig bleek – geil te doen kirren “qu’elle se sentait déjà plus à l’aise ice”.
Proficiat, René, voor je persoonlijke niet te onderschatten bijdrage aan het verder uitdeinen van de smerige olievlek die de Francofonie écht wel is. Die welwillende meneer zal allicht nog een paar maal zijn Nederlands bovenhalen, maar aldra voert zijn vrouw het hoge Franse woord. Nog wat later wordt het door deze mensen als vanzelfsprekend ervaren dat zij bij jullie in hun eigen taal bediend worden. Binnen de kortste keren gaan ze dit in andere winkels in Kortenberg proberen… en geloof me vrij: hun spelletje gaat lukken… tenzij jullie als middenstanders mekaar wijsmaken dat het ook anders kan.
Bedenk altijd dat – mocht je zelf ooit naar ‘de Walen’ of een ander buitenland verhuizen – je daar honger zou lijden mocht je in ‘t Vlaams aan eten willen geraken…
Reacties