Gisteren gaf de VRT andermaal een forum aan de heer Smet Pascal, Brussels Minister van Mobiliteit en Best ASAP te Vergeten Ideeën. Wie zijn betoog helemaal wil horen, kan op DeRedactie.be terecht, maar is meteen gewaarschuwd.
Ik wil het hier houden bij wat commentaar vanuit de rand, letterlijk en figuurlijk.
- “Onbekend maakt onbemind.” Dit kan waar zijn voor een groot deel van de Vlamingen. Voor mensen uit derand rond de hoofdstad is het echter vaak net het tegendeel: bekend en daardoor niet langer bemind. Ik heb zo het gevoel dat mensen uit ons dorp en bij uitbreiding gemeente, een beter gevoel hebben bij en dus een nauwere band met Leuven, dat als echt Vlaamse provinciestad een stuk gezelliger, menselijker, vriendelijker overkomt.
- “Als de rand Brussel de rug toekeert, zal Brussel ongebreideld groeien op een manier die niemand wenst.” Dit lijkt mij wel heel naïef en totaal zonder benul van de geschiedenis en de onmiskenbare expansiedrang eigen aan grote taalentiteiten in het algemeen, in voorliggend geval nog versterkt door het franskiljonse superioriteitsgevoel. Voldoende reden om Brussel op de rem te zetten, stellen we hier in de rand dagelijks vast.
- “Werkloosheid oplossen en luchthavenjobs invullen door taalachterstand weg te werken met initiatieven van de Vlaamse gemeenschap.” Fout boel, eigenlijk aansluitend bij het vorige punt. Waarom zou de Vlaamse gemeenschap in toenemende mate energie en dus geld moeten (blijven) steken in cursussen Nederlands. Laten we niet vergeten dat het probleem zich grotendeels – bijna exclusief- bij Franstaligen stelt. Waarom moet die (financiële) inspanning andermaal van Vlaamse kant komen? Om het wat archaïsch te stellen: is het niet aan elk volk om zichzelf te verheffen? Temeer omdat het blijkbaar in de aard van onze taaltegenvoeters ligt om op termijn steevast het laken naar zich toe te trekken en misbruik te maken van ‘onze’ toegeeflijkheid. Niet vergeten dat de taalwetgeving al jaar en dag met de voeten wordt getreden door openbare besturen binnen het hoofdstedelijk gewest. Niet naïef van té goede wil zijn en in deze op onze strepen blijven staan, stel ik graag.
- “Overdreven taaleisen zijn soms een verdoken manier van discriminatie”. Hier, meneerke Smets, toon je pas echt wat voor oogkleppen je draagt. Ik herinner graag aan een – futiele en daardoor tekenende – anekdote van vorige zomer, toen ik op het festivalterrein in Werchter aan iemand van RTL vroeg om wat rustiger over de dienstwegen te rijden, waarop die in het Frans antwoordde dat hij zich wel ergens anders zou parkeren. Qui pro Quo… Wanneer zulks zich in een ziekenhuis afspeelt, wil ik niet in de buurt zijn: “dokter, ik heb pijn aan mijn oor.” “OK, monsieur, uw penisverlenging is voor morgen.”
- “Laten we beginnen met Waterloo en Lasne voor de uitbreiding van Brussel, daarna zien we wel verder.” Hoe dom kan je zijn? Sta me toe hier niet meer woorden aan vuil te maken dan dit: elke kans om de taalbalans verder naar de Waalse kant te doen overhellen, is welkom voor de Maingains en consoorten die de Brusselse olievlek ongebreideld willen zien groeien. Wezembeek en Kraainem next?
- Het enige voorstel waar ik El Smet nog wil in steunen, is het openluchtzwembad in Brussel. Al vrees ik dat mijn argumenten iets minder politiek correct, maar daarom niet minder terecht, zijn dan de zijne. Smet heeft het over Brusselse ketjes die van straat worden gehouden. Ik denk eerder aan de zucht van opluchting die de zwembaden in de rand zullen slaken: eindelijk verlost van die net iets gebruinder scooternozems met foute klakken en blinkende (zwem)broeken waarvoor jonge vrouwen in steeds groter getale wegblijven wegens niet aflatend intimiderend gedrag, beledigingen en ongewenste verbale en ander intimiteiten…